Laat crises tot herontdekking Evangelie leiden 

De crises van de laatste jaren brachten in Nederland diepe nood aan het licht. Dat doet een crisis: meedogenloos de zwakke plekken in ons leven blootleggen. Hoe kunnen we dan de hoop van advent met anderen delen? 

Corona liet zien hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn en wat het met mensen doet wanneer ze daarachter komen. Elke dag leven met angst voor de dood, zonder houvast, wie houdt dat uit? De lockdowns hebben veel schade aangericht onder jongeren. In hun vormende jaren kreeg hun mentale gezondheid een forse knauw. Velen kampen nog steeds met depressieve klachten. Ze worstelen toch al met de mentaal zware opgave om de beste versie te worden van zichzelf, zonder dat iemand kan zeggen wanneer het genoeg is. 

Onlangs gaf psychiater Esther van Fenema een sombere diagnose van onze samenleving in haar boek ”Het verlaten individu” (RD 29-10. Kort samengevat zegt ze: Sinds de mens god wil zijn, zijn we het spoor totaal bijster. We kunnen geen weerstand bieden aan de zeven klassieke hoofdzonden, gaan daaraan kapot en eindigen in een vacuüm. 

Sprakeloosheid 

Nederland heeft hoop nodig. Juist advent nodigt uit om die hoop te delen. Maar er hapert iets wezenlijks aan het delen van die hoop. Het ontbreekt niet aan praktisch dienstbetoon. Kerken investeren veel in praktische crisishulp. Dat is ook noodzakelijk en echt heel belangrijk. Vluchtelingen opvangen, energiesubsidie delen, dat zijn varianten van het ”glas water” waarover Jezus sprak (Mattheüs 25). Dat moeten we vooral blijven doen! 

Maar je mag toch ook verwachten dat we hoop delen die raakt aan de mentale nood in Nederland. Dat we mensen die in het vacuüm van het grote niks leven –is dat niet een voorpost van uiteindelijke verlorenheid zonder God?– vastpakken en daaruit trekken. Dat we jongeren bij Jezus brengen, om hen te laten horen dat je het megaproject ”Hoe word ik een goed mens?” niet zelf kunt of hoeft te doen. Natuurlijk gebeurt dat ook in gezinnen en gemeenten, maar echt veel minder dan praktische hulpverlening. Het lijkt alsof het ons aan woorden ontbreekt om te vertellen Wie Jezus is in deze mentale nood. Dat valt zeker op als het gaat om het delen van het Evangelie met mensen die geen connectie hebben met de kerk. 

Waar komt die sprakeloosheid vandaan? Hebben we onvoldoende zicht op het wezenlijke van het Evangelie? Of ontbreekt het aan moed en bewogenheid om ons leven zo te delen met onze naaste dat ons hart daarin zichtbaar wordt voor de ander? Crises brengen ook de nood en armoede van de kerk aan het licht. 

Gebedsgroepen 

We kunnen veel leren van kerken in andere landen waar crises zijn, bijvoorbeeld in Beiroet. Bassem Melki, decaan van een theologisch seminarie in deze stad, vertelde ons dat door de explosie in de haven de kerk letterlijk op straat kwam te staan. Hij schrijft: „We kwamen erachter dat we geen idee hadden wat we moesten doen. Daarom vroegen we onze hemelse Vader om leiding. We begonnen gebedsgroepen 

en vroegen God ons de weg te wijzen. We gingen naar ziekenhuizen en naar de straten die getroffen waren door de ontploffing, gewoon om in het midden van de pijn te zijn.” Biddend midden in de pijn staan en aandacht hebben voor de emotionele en geestelijke genezing die mensen nodig hebben, leidden ertoe dat de kerk opnieuw ontdekte wat de bevrijdende kracht van het Evangelie is. 

Laten we vurig bidden dat deze crisistijd ook voor ons een nieuw ”momentum” zal zijn. Wat is daarvoor een mooiere periode in het kerkelijk jaar dan advent, om samen met de mensen om ons heen te ontdekken wat het betekent dat Immanuël geboren is?! Als kerk kunnen we de lading van die naam vooral leren kennen wanneer we anderen met ons tot leerlingen te maken. Juist dan geldt immers Jezus’ woord: „Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.” (Mattheüs 28:20) 

 Martijn van den Boogaart, Jan Kranendonk en Sjaak van den Berg 

De auteurs zijn directeur van respectievelijk GZB, HGJB en IZB. 

Geplaatst in het reformatorisch dagblad op 8 december 2022